tentoonstelling
2007
Richard Hawkins "Of Two Minds…

Richard Hawkins "Of Two Minds, Simultaneously"

17.11.2007–03.02.2008
de Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam

De Appel presenteert de eerste ‘retrospectieve’ solo-tentoonstelling in Europa van de Amerikaanse kunstenaar Richard Hawkins (USA, 1961). De tentoonstelling volgt zijn bijna onnavolgbare ontwikkeling tot dusver: te beginnen met Hawkins’ collages uit de jaren negentig, die intrigeerden omdat ze duidelijk maakten met hoe weinig visuele middelen een krachtig kunstwerk kan ontstaan, tot aan zijn recente poppenhuizen omgebouwd tot bordelen; een voorbode van weer een geheel nieuwe wending in Hawkins’ heterogene oeuvre.

Na de tentoonstelling verschijnt een publicatie met bijdragen van Ann Demeester en Bruce Hainley, uitgegeven in samenwerking met Gallerie Daniel Buchholz, Galerie Daniel Buchholz, Corvi-Mora, Greene-Naftali en Richard Telles Fine Art.

De omvangrijke tentoonstelling in de Appel bevat ongeveer 90 werken en is een a-lineair, niet-chronologisch overzicht, dat het oeuvre van Hawkins in al zijn diversiteit en van uit verschillende invalshoeken belicht. Hawkins kijkt in zijn werk kritisch en dankbaar naar sociale, culturele en historische fenomenen en vermengt dit met autobiografische motieven in een pluriform oeuvre, bijeengehouden door talloze interne referenties in ideeën, materiaal en stijl. Door het gehele gebouw van de Appel resoneren die formele en inhoudelijke links in thema’s gaande van mannelijk verlangen, gendervraagstukken en popidolenverering, tot de strijd van multiraciale inheemse Amerikanen of de functie van hermafrodiete sculptuur in de Romeinse tijd.

De in Los Angeles werkzame Hawkins is van oorsprong curator en schrijver. Hij maakte zijn entree als beeldend kunstenaar in de vroege jaren negentig en behoort nu tot de meest opmerkelijke kunstenaars van de Amerikaanse westkust. Hawkins’ vroegste, steevast erotisch getinte, collages maakte hij met foto’s van filmsterren, mannelijke modellen of pornosterren; in een alternatieve context gemodelleerd tot composities die flirten met homo-erotische bewondering, kunstwerken waarin private hunkering een complexe synthese aangaat met publieke beelden. Naast obsessief verlangen ademen deze werken ook een zekere zoetige nostalgie. Eind jaren negentig ontstond de veelbesproken serie “Disembodied Zombies”; inkjet prints met afgesneden hoofden van geïdealiseerde mannelijke iconen, heftig bloedend uit nek, op fel gekleurde monochrome achtergronden. Horror en fantasie lopen door elkaar in deze schokkend aantrekkelijke werken.

Vrij plotseling nam Hawkins eind jaren negentig het penseel ter hand, met als resultaat een divers schilderkunstig oeuvre dat zich kenmerkt door een buitengewoon elastische esthetiek en grote thematische variatie. Vlot gepenseelde ‘abstracties’ in een fel en levendig coloriet leidden naar figuratieve historiestukken waarin Hawkins zijn ‘Creek Indian’-afkomst exploreert en die hem in de traditie plaatsen van urbane satirici en schilders van het Amerikaanse stadsleven als Reginald Marsh en Philip Evergood. Meer recente doeken met geanimeerde barscènes uit de sex-industrie van Zuidoost Azië, door Hawkins zelf omschreven als “hallucinations from a Viagra overdose.” staan naast een nieuw segment van zijn werk; “Urbis Paganus”, een nog steeds groeiende serie collages die de gender- en seksuele diversiteit uit de Klassieke oudheid celebreert.