tentoonstelling
1988
Nobody's Fools

Nobody's Fools

11.11–11.12.1988
de Appel, Prinseneiland 7, Amsterdam
‘Wat brengt een kunstenaar ertoe een tapijt te laten weven met een roulette-, een scrabble- of een mens erger je niet-patroon? Wat kan een kunstenaar voor bedoeling hebben met het afbeelden van de hand van een goochelaar of de trucs van een jongleur? De parallel tussen het werken aan een kunstcarrière en het spelen van een spelletje stratego dringt zich op, maar zoals blijkt uit het verband tussen schaken en kunst bij Duchamp, kan de relatie ook complexer zijn. In 1984 beschreef Yves Arman de analogie tussen het spel dat Duchamp voor de kunstwereld verzon en het schaakspel. 'Zijn spel heet “Marcel Duchamps werk begrijpen” en de regels zijn eenvoudig. We spelen tegen Duchamp en om hem schaakmat te zetten moeten wij zijn werk volledig begrijpen. Hoe beter wij zijn werk kennen, des te beter zullen wij spelen. Hoe beter wij spelen, des te meer plezier zullen wij aan het spel beleven. Elke interpretatie van Duchamps werk voegt een extra laag en een extra uitdaging aan het spel toe. Maar steeds is Duchamp de winnaar. Duchamp moet winnen, het is zijn spel, het spel waarvoor hij zich gedurende zijn hele leven heeft tegengesproken, "om zich niet aan te passen aan zijn smaak" zoals hij zelf zei, maar misschien ook om te vermijden dat er een gemakkelijk te analyseren patroon zou ontstaan dat het mysterie zou onthullen. Hij heeft ons schitterend beet! Wij kunnen het ongelooflijke belang van zijn werk niet wegwuiven en toch kunnen wij er nooit zeker van zijn dat wij het volledig begrijpen. Hij weigerde altijd commentaar te geven op de pogingen tot theorievorming van zijn critici, historici en analytici. Hij was hoogstwaarschijnlijk geamuseerd door hun vindingrijkheid en door het feit dat, zonder dat zij het wisten, hun theorieën een extra dimensie aan zijn spel gaven waardoor zij regelrecht in zijn meest verleidelijke val liepen.' De tentoonstelling Nobody’s Fools (een Engelse uitdrukking om aan te geven dat iemand niet op zijn achterhoofd gevallen is) brengt een aantal kunstenaars bijeen die niets anders gemeen hebben dan een attitude vol humor, distantie van het kunstbedrijf en een scherp oog voor de situatie van dit moment. In Nobody’s Fools treft u werken aan van Bruce Nauman, Bertrand Lavier, Rob Scholte, Andreas Slominski, Hannah Collins, John Baldessari en anderen, en verwijzingen naar de Jesters and Gamblers van vorige generaties.’ (‘Nobody’s Fools’, Nieuwsbrief De Appel, 3 (1988) 4.)