lezing/discussie
1988
Kunsthallen: musea zonder ballast?

Kunsthallen: musea zonder ballast?

13–27.11.1988
de Appel, Prinseneiland 7, Amsterdam

13 november: Adelina von Fürstenberg (Centre d'Art Contemporain, Genève) 20 november: Ulrich Loock (Kunsthalle, Bern) 27 november: Barry Barker (Arnolfini Gallery, Bristol) ‘Voor het activiteitenprogramma op zondagmiddagen heeft De Appel een aantal organisatoren uitgenodigd over hun werkzaamheden op het gebied van actuele kunst te komen spreken. Hun overeenkomst én specialiteit is het regelmatig brengen van presentaties, tentoonstellingen en activiteiten in tentoonstellingsgebouwen of in tijdelijk beschikbare ruimten. Verhuizend van pand naar pand, op de manier zoals Adelina von Fürstenberg al bijna vijftien jaar in Genève haar Centre d'Art Contemporain realiseert, is er een mogelijkheid tot een kameleontische wisseling in de programmering zonder dat een profilering in de identiteit hoeft uit te blijven. Of, zoals Barry Barker in Bristol zijn Arnolfini Gallery runt, met een permanente behuizing die, naast het tonen van actuele Europese kunst ook muziek, film, dans en theatervoorstellingen organiseert. Wat is het onderscheid dat deze instellingen doet afwijken van galeries en musea? Zijn zij flexibeler door het ontbreken van de ballast van een collectie of een educatieve afdeling? Worden jonge kunstenaars in een vroeger stadium in deze culturele centra, kunsthallen of kunsthuizen getoond? Is het, heel eenvoudig. vergelijkbaar met wat een filmhuis biedt ten opzichte van een bioscoop of een filmmuseum? Moet het ontbreken van een collectie of een permanente ruimte ten behoeve van een identiteit gecompenseerd worden door publiciteitsknallers, tentoonstellingssuccessen of een publikatie die alle activiteiten onder één noemer brengt? Of is een waardering door vakgenoten voldoende? Deze vragen zijn niet alleen actueel in Zwitserland, waar Adelina von Fürstenberg en Ulrich Loock (Kunsthalle Basel) werken of in Frankrijk en Engeland, maar zijn ook in Nederland - subsidieland - aan de orde. Wellicht dat in de lezingen en de discussies de prioriteiten van de verschillende kunstliefhebbers aan het licht komen.’ (‘De noodzakelijkheid van kunsthallen of gestolen schilderijen’, Nieuwsbrief De Appel, 3 (1988) 4.)